Wie is het?

  • Als spelleider neem je 1 persoon uit de klas in gedachten.
  • Iedereen uit de klas gaat staan.
  • Om de beurt stelt iemand uit de klas een vraag aan de spelleider om er achter te komen wie de spelleider in gedachten heeft.
    • Bijvoorbeeld: Heeft hij/zij een bril? Antwoord: Nee
    • Dan mag iedereen met een bril gaan zitten. Antwoord: Ja. Dan mag iedereen zonder bril gaan zitten.
    • Vervolgens komt de volgende vraag. Hoeveel vragen heeft de klas nodig om achter de persoon te komen die de spelleider in gedachten heeft.
  • Variant: Laat een leerling voor in de klas staan en iemand in ge- dachten houden.