Regen maken
- Leerlingen zitten op hun plek. De leerkracht zegt “we gaan regen maken”.
- Start: stilte en concentratie
- Stap 1: de wind stijgt op; de spelleider wrijft in zijn handen, de leerlingen doen mee.
- Stap 2: de eerste regendruppels; de spelleider slaat met zijn handen op zijn benen rechts-links in iets hoger tempo.
- Stap 3: een echte regenbui; de spelleider slaat met zijn handen op zijn benen rechts-links in iets hoger tempo
- Stap 4: storm: de spelleider stampt met zijn voeten op de grond in hoog tempo
- Stap 5: = stap 3; de storm wordt weer een bui; handen op de benen slaan rechts-links etc.
- Stap 6: = stap 2; bui neemt af, knippen met de vingers
- Stap 7: = stap 1; de bui stopt, het waait weer, wrijven in de handen
- Stap 8: het stopteken dat de spelleider van te voren heeft afgesproken: de wind gaat liggen.
- Variant: de kinderen mogen pas de beweging maken nadat je ze hebt aangekeken.
- Het effect is dat het lawaai dan oploopt en weer wegsterft.
- Dit vraagt nog meer aandacht en concentratie van de kinderen.
- Zorg dat je als spelleider steeds dezelfde route aflegt met je ogen.